Publicatiedatum: 3 maart 2026
Door: Dennis Pronk

Over beleidsarme onderhoudsbegrotingen, EFG-verplichtingen en de impact van energielabeldata

In de vorige artikelen hebben we gekeken naar onderhoudsnormen, PO en DO en de manier waarop keuzes in de MJOB direct doorwerken in de beleidswaarde. Steeds kwam dezelfde lijn terug: de beleidsarme MJOB gaat over instandhouding. Niet over ambitie. Niet over versnelling. Niet over verbetering.

Dat klinkt helder.

Totdat verduurzaming in beeld komt.

Want waar ligt de grens tussen verbeteren en instandhouden? En wat gebeurt er met je beleidswaarde als die grens verschuift?

Bij E-, F- en G-labels is het antwoord minder vrijblijvend dan veel corporaties denken.

 

De hoofdregel blijft staan

De basis is in deze reeks steeds hetzelfde geweest: de beleidsarme MJOB is bedoeld voor instandhoudingsonderhoud.

Extra comfort boven bestaand niveau is verbetering. Versneld naar label A is beleidsambitie. Een warmtepomp plaatsen terwijl het niet wettelijk verplicht is, is een investering.

De beleidsarme MJOB gaat uit van instandhouding van het bestaande kwaliteitsniveau binnen geldende wetgeving.

Maar precies daar schuurt het bij E-, F- en G-labels.

 

Wat het Handboek Marktwaardering expliciet voorschrijft

In het Handboek Marktwaardering 2025 staat bij beleidswaarde (paragraaf 9.2.4.3) dat voor woningen met een E-, F- of G-label een verplichting wordt toegevoegd aan het achterstallig onderhoud.

Belangrijk is dat:

  1. Er een vast bedrag per label per woning geldt.
  2. Hiervan niet mag worden afgeweken.
  3. De verplichting wordt toegevoegd zolang het label op peildatum aanwezig is.
  4. Wanneer in de MJOB al kosten zijn opgenomen om het label uit te faseren, deze kosten in mindering moeten worden gebracht om dubbeltelling te voorkomen.

Dit is geen interpretatiekwestie.

Zolang een woning op peildatum een E-, F- of G-label heeft, wordt in de beleidswaarde een standaardverplichting opgenomen. Ongeacht of je de maatregel als investering boekt. Ongeacht of je hem al hebt gepland. Ongeacht of 2029 al is bereikt.

 

Wat betekent dit inhoudelijk?

EFG-labels zijn binnen beleidswaarde geen ambitie meer, maar een verplichting.

De logica is eenvoudig. Door wetgeving wordt toekomstige verhuur beperkt. Dat leidt tot een verplichting. Die verplichting wordt vertaald naar een onderhoudscorrectie in de beleidswaarde.

Hier verschuift verduurzaming van beleidskeuze naar exploitatievoorwaarde.

En daarmee wordt het direct een waarderingsvraagstuk.

 

2029: het juridische kantelpunt

Vanaf 1 januari 2029 mogen corporaties geen woningen meer verhuren met een E-, F- of G-label.

Maar waardering wacht niet tot 2029. De beleidswaarde kijkt vooruit.

De verplichting wordt dus verwerkt zolang het label aanwezig is.

Vanaf 2029 is de discussie feitelijk voorbij. Dan is labelverbetering geen verbetering meer, maar noodzakelijke instandhouding onder nieuwe wettelijke randvoorwaarden.

 

De echte risicozone: datakwaliteit

En hier wordt het bestuurlijk relevant.

De hoogte van de beleidswaarde hangt direct samen met:

  • Het geregistreerde energielabel.
  • De kwaliteit van de onderliggende data.
  • De verwerking van uitgevoerde verbeteringen in het primaire systeem.

Stel dat een woning technisch is verbeterd van label F naar label C, maar het label administratief niet is aangepast.

Dan gebeurt er twee keer iets negatiefs.

De woning krijgt minder WWS-punten en dus een lagere streefhuur. In de beleidswaarde wordt een standaard E/F/G-verplichting toegevoegd.

Dat betekent lagere huurkasstromen én een extra onderhoudscorrectie.

Een dubbel negatief effect.

Niet omdat het bezit slecht is. Maar omdat de data niet klopt.

De kwaliteit van je energielabelregistratie is daarmee geen administratief detail. Het is een waardebepalende factor.

 

Wat dit bestuurlijk betekent

EFG-labels zijn meer dan een duurzaamheidsvraagstuk. Ze raken direct aan:

  • Je onderhoudsstrategie.
  • Je beleidswaarde.
  • Je leencapaciteit.
  • Je ratio’s.
  • Je financiële ruimte.

Het handboek laat hier weinig speelruimte.

De verplichting is forfaitair. Hiervan mag niet worden afgeweken.

Je kunt niet rekenen met een lagere inschatting. Je kunt alleen zorgen dat het label niet meer bestaat of dat je data klopt.

 

Wat kunnen corporaties concreet doen?

Als beleidswaarde leidend is, vraagt dit om gerichte acties.

  1. Controleer of geregistreerde energielabels aansluiten op de feitelijke situatie van het bezit.
  2. Borg dat uitgevoerde verbeteringen direct worden verwerkt in het primaire systeem en in de labelregistratie.
  3. Toets of in de MJOB kosten zijn opgenomen die samenhangen met labelverbetering en voorkom dubbeltelling met de forfaitaire verplichting.
  4. Analyseer wat het effect is van E/F/G-labels op beleidswaarde, ratio’s en leencapaciteit.
  5. Leg expliciet vast wanneer verduurzaming een beleidsambitie is en wanneer het instandhouding onder gewijzigde wetgeving betreft.

In de praktijk zien we dat juist de samenhang tussen MJOB, labeldata en beleidswaarde vaak versnipperd is georganiseerd. Dat vergroot het risico op onbedoelde waardecorrecties.

 

Tot slot

Verbeteringen horen niet thuis in een beleidsarme MJOB.

Maar bij E-, F- en G-labels is de ruimte beperkt.

Zolang het label bestaat, bestaat de verplichting in de beleidswaarde.

En zodra wetgeving verhuur verbiedt, is verduurzaming geen ambitie meer, maar instandhouding onder een nieuwe norm.

De kernvraag is daarom niet alleen of iets onderhoud of investering is.

De kernvraag is of je data, je MJOB en je waardering op elkaar aansluiten.

Want in de wereld van beleidswaarde is een verkeerd label geen administratieve fout. Het is een directe beperking van je financiële ruimte.

Wie daar grip op wil krijgen, moet techniek, data en waardering integraal benaderen. En precies daar ligt voor veel corporaties nog een onbenutte verbeterslag.